« Terug

Waar moet je op letten bij het installeren van zonnepanelen?

man-with-white-helmet-near-solar-panel.jpg16 sep

Zonnepanelen zijn hot, letterlijk en figuurlijk. Door het opwekken van zonne-energie kunt u besparen op uw energiekosten. Daarnaast verhogen zonnepanelen de waarde van uw (appartementen)gebouw. Maar er kleven ook risico’s aan het plaatsen van zonnepanelen. In dit artikel leest u hoe u een brandveilig zonne-energiesysteem installeert.

Bent u eigenaar van een appartementengebouw met een groot (plat) dak? Wellicht is het dak van uw pand uitermate geschikt om zonnepanelen op te plaatsen. Voordat u die beslissing neemt, is het goed om stil te staan bij de risico's. Er kan brand ontstaan in uw zonne-energiesysteem, die schade veroorzaakt aan de zonnepanelen zelf of aan het gebouw. Zonnepanelen zijn waardevol en daarmee een gewilde prooi voor criminelen. Ook kunnen zonnepanelen getroffen worden door weersinvloeden, zoals storm, hagel of zware sneeuwval. Daarnaast zorgen zonnepanelen voor een aanzienlijke dakbelasting, waardoor het dak beschadigd kan raken of zelfs instorten. En als u uw dak verhuurt voor de plaatsing van zonnepanelen door anderen dan kan dat onduidelijkheid leiden over de aansprakelijkheid bij schade.

Checklist

Voor een brandveilige installatie van uw zonne-energiesysteem onderstaande checklist gebruiken.

  • Monteer de panelen conform de NEN 7250:2014.
  • De constructieve veiligheid van het gebouw moet voldoen aan de Nederlandse bouwregelgeving, conform de NEN-EN 1991-1-3+C1:2015 (sneeuwbelasting) en de NEN-EN 1991-1-4+A1+C2:2011 (windbelasting). Laat uw constructeur dit bevestigen.
  • De elektrische installatie moet voldoen aan de NEN 1010:2015 en de NEN-EN-IEC 62446-1:2016/A1:2018. Laat de installatie opleveren conform hoofdstuk 61 (van de NEN 1010) en de NEN-EN-IEC 62446-1:2016/A1:2018.
  • Leg de kabels in een kabelgoot, dit is een voorwaarde in bovengenoemde normeringen.
  • Zorg ervoor dat kabelbeschermers worden gebruikt, dat deze eerst gemonteerd worden en pas daarna de kabels worden getrokken.
  • Sluit de connectoren aan zoals wordt voorgeschreven door de leverancier, gebruik originele connectoren en een daarvoor geschikte tang.
  • Plaats omvormers in een schone omgeving, zonder stof, op een onbrandbare achterwand met een dikte van minimaal 10 mm onbrandbaar materiaal (A1 conform NEN-EN 13501).
  • Hang rookmelders op bij de omvormers, als die inpandig worden toegepast.
  • Maak geen gebruik van indaksystemen.
  • Zorg voor een deugdelijke vereffening tussen alle onderdelen (conform de NEN 1010:2015).
  • Gebruik omvormers die voorzien zijn van ingeschakelde vlamboogdetectie.
  • Pas bij voorkeur overspanningsafleiders toe.
  • Laat bij de installatie of oplevering een gespecialiseerd keuringsbureau meekijken, die bevestigt dat de installatie voldoet aan de normering.
  • Plaats energie-opslagsystemen (batterijen) uitpandig tegen een onbrandbare (gemetselde) gevel of op minimaal 10 meter afstand van de gebouwgevels.
  • Plaats geen zonnepanelen op een dak dat is geïsoleerd met zeer brandbaar isolatiemateriaal, zoals polystyreen of polyurethaan.
  • Leg alle hierboven genoemde normen vast in de offerte.

Periodiek onderhoud

Periodiek onderhoud beperkt de risico's op brand. Laat de zonnepanelen daarom minimaal één keer per jaar uitwendig controleren op gebreken en maak ze ieder jaar goed schoon. Controleer de omvormers en bekabeling minimaal één keer per vijf jaar, conform de NEN-EN-IEC 62446-1: 2016/A1:2018.

Vragen?

Heeft u vragen over dit artikel? Wilt u advies over de verzekeringsoplossingen van een zonne-energiesysteem? Neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag!

« Terug

Scroll naar boven